De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van oplichting gedurende de periode van juni 2015 tot oktober 2022. Verdachte heeft haar goede vriendin, het slachtoffer, met listige kunstgrepen en leugens bewogen tot het overmaken van in totaal ruim € 875.000,-, waarvan slechts een klein deel is terugbetaald.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een bekennende verklaring van de verdachte, verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, WhatsApp-berichten en diverse proces-verbalen. Verdachte maakte misbruik van het vertrouwen en de hulpvaardigheid van het slachtoffer, die dacht een vriendin te steunen in financiële nood.
De rechtbank achtte de oplichting bewezen en strafbaar en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 40 maanden. De rechtbank wees tevens de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding toe, bestaande uit materiële en immateriële schade, en legde verdachte de verplichting op dit bedrag met wettelijke rente te betalen. Daarnaast werd verdachte veroordeeld in de proceskosten van het slachtoffer.
De rechtbank nam de ernst van het feit, de lange duur, de berekenende werkwijze van verdachte en de grote impact op het slachtoffer zwaar mee in haar strafoplegging. Verdachte toonde inzicht in haar handelen maar niet voldoende om een lichtere straf te rechtvaardigen. De redelijke termijn voor berechting was met circa vier maanden overschreden, wat slechts werd geconstateerd zonder strafvermindering.