Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Franse nationaliteit, werd op 24 augustus 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij onterecht op grond van artikel 50, tweede lid, was opgehouden, terwijl artikel 50, derde lid, van toepassing zou zijn geweest. De rechtbank oordeelde echter dat de ophouding op de juiste grondslag was gebaseerd, mede omdat eiser tijdens de ophouding niet over een identiteitsdocument beschikte.
Eiser voerde aan dat het M122-formulier ontbrak, maar de rechtbank stelde vast dat dit formulier niet verplicht was omdat eiser niet in strafrechtelijke detentie had gezeten. De minister had voldoende gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser betwistte enkele lichte gronden, maar liet de zware gronden onbestreden, waardoor de maatregel standhield.
Verder wees eiser het ontbreken van een lichter middel aan, omdat hij over eigen middelen beschikte om terug te keren naar Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat een lichter middel niet volstond, mede vanwege het gebrek aan medewerking van eiser en zijn eerdere nalaten Nederland vrijwillig te verlaten.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en dat geen belemmeringen bestonden op grond van familie- of non-refoulementbeginselen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.