ECLI:NL:RBDHA:2025:18240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit Autoriteit Persoonsgegevens om AVG-klacht niet nader te onderzoeken
Eiser diende een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het zoekraken van een klacht bij het Hof van Discipline, wat volgens hem een datalek oplevert in de zin van de AVG. De AP besloot na een eerste beoordeling dat geen overtreding kon worden vastgesteld en zag af van nader onderzoek. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank stelt vast dat eiser zowel een AVG-klacht als een bejegeningsklacht bij de AP heeft ingediend, maar alleen bevoegd is het beroep tegen de afhandeling van de AVG-klacht te beoordelen. De AP heeft beleidsvrijheid om te bepalen wanneer zij handhavend optreedt en hanteert een vaste werkwijze voor klachtenbehandeling. Gelet op de beschikbare informatie kon de AP niet vaststellen dat een overtreding had plaatsgevonden en besloot zij het onderzoek niet voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat de AP dit besluit zorgvuldig heeft genomen, mede omdat nader onderzoek niet efficiënt zou zijn en de klacht geen bredere maatschappelijke betekenis heeft. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Autoriteit Persoonsgegevens de AVG-klacht niet verder hoefde te onderzoeken.