ECLI:NL:RBDHA:2025:18245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing derde opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid herkomst en asielmotieven
Eiseres, afkomstig uit Congo, diende een derde opvolgende asielaanvraag in, stellende dat zij verkracht is in haar dorp en vanwege haar lesbische geaardheid vervolging vreest. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de herkomst, verkrachting en seksuele geaardheid ongeloofwaardig werden bevonden. Het ingediende iMMO-rapport, dat PTSS en beperkingen in verklaringsvermogen vaststelde, werd onvoldoende inzichtelijk en concludent geacht.
De rechtbank bevestigt dat de minister de herkomst terecht ongeloofwaardig achtte, mede vanwege een vals bevonden stempas en taalanalyse. Dit beïnvloedde ook de geloofwaardigheid van de verkrachting, ondanks medische indicaties. De seksuele geaardheid werd eveneens ongeloofwaardig bevonden vanwege tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende inzicht in gevoelens, waarbij het iMMO-rapport onvoldoende onderbouwde beperkingen toonde.
De rechtbank oordeelt dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld en dat er geen aanleiding is voor nader medisch onderzoek. De vrees voor vervolging bij terugkeer werd niet aannemelijk gemaakt, ondanks kwetsbare positie van alleenstaande vrouwen en Tutsi achtergrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenvergoeding voor het iMMO-rapport wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de herkomst en asielmotieven.