ECLI:NL:RBDHA:2025:18261
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel met Frankrijk
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 1 mei 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 11 juli 2025 niet-ontvankelijk, omdat eiser sinds 29 juni 2018 internationale bescherming geniet in Frankrijk. Verweerder was voornemens eiser over te dragen aan de Franse autoriteiten op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk seksueel is misbruikt, bedreigd en aangevallen, en dat hij geen noodzakelijke medische zorg meer ontvangt. Hij stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat nader onderzoek, zoals een Bureau Medische Advisering (BMA)-onderzoek, had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk verklaarde en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich slechts eenmaal bij de Franse autoriteiten had beklaagd en niet aannemelijk maakte dat hulp in Frankrijk onbereikbaar is. Ook was niet gebleken dat terugkeer tot onomkeerbare gezondheidsgevolgen zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.