ECLI:NL:RBDHA:2025:18274
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Algerijn wegens ongeloofwaardige drugshandel en bedreigingen
Eiser, een Algerijnse nationaliteitdragende man, deed een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege bedreigingen door drugshandelaren uit Algerije was vertrokken. De minister wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de drugshandel en bedreigingen.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de drugshandel en bedreigingen niet samenhangend en aannemelijk waren, mede door tegenstrijdigheden en het late tijdstip van indiening van het asielmotief.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.