Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Detentiecentrum [plaats 1] , [adres 2] , [postcode 2] [plaats 1] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.De bewijsbeslissing
bijlage IIopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
26 mei 2025. Hierin staat vermeld dat de verdachte meerdere keren niet heeft gereageerd op uitnodigingen van de reclassering. Hierdoor heeft de reclassering de rechtbank niet kunnen adviseren. Ter terechtzitting heeft de verdachte wel iets los gelaten over zijn persoonlijke omstandigheden namelijk dat hij werk heeft, stage loopt voor zijn opleiding tot sociaal werker en dat de verdachte kort voor detentie een huurwoning heeft betrokken.
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
€ 15.492,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 9.759,00 aan materiële schade en € 5.733,00 aan immateriële schade. Verder vorderen de benadeelde partijen dat de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel oplegt.
€ 15.492,00, bestaande uit € 9.759,00 aan materiële schade en € 5.733,00 aan immateriële schade ten behoeve van [aangever] e/o [aangeefster] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
vier (4) JAREN;
€ 15.492,00, bestaande uit € 9.759,00 aan materiële schade en € 5.733,00 aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 december 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [aangever] en [aangeefster] ;
Het proces-verbaal van aangifte door [aangeefster] , opgemaakt op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 10-12):
Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , opgemaakt op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 15-18):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 68):
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , opgemaakt op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 81-82):
Het proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte] , opgemaakt op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 85):
Het geschrift, te weten het rapport van 19 mei 2025 inzake DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval in ’s-Gravenhage op 6 december 2024, voor zover inhoudende (p. 190-193 Forensisch deel B):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 8 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 473-482, inclusief bijlage p. 483):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 februari 2025, voor zover inhoudende (p. 257-263, inclusief bijlage p. 483):
- Verdachte [medeverdachte] in de gesprekken 1, 3 en 4 met zijn tegencontact [telefoonnummer 1] (vermoedelijk [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2006) consistent spreekt over een persoon die hij aanduidt met 'die andere';
- Het tegencontact [telefoonnummer 1] pas na een denkmoment lijkt te realiseren wie [medeverdachte] met ‘die andere’ bedoelt, wat doet vermoeden dat deze aanduiding geen gangbare bijnaam is;
- Zijn tegencontact [telefoonnummer 1] in gesprek 1 het telefoonnummer van ‘die andere’ verstrekt, namelijk: (eindigend op) [telefoonnummer 2] ;
- Uit de politiesystemen blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zowel in 2023 als in 2025 in gebruik was bij [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2005;
- Het onderzoeksteam bevreemdt dat consistent de aanduiding ‘die andere’ voor, vermoedelijk, [verdachte] wordt gebruikt, gezien ertussen [medeverdachte] en zowel [naam 2] als [verdachte] warme, familiaire en vriendschappelijke verhoudingen zijn, wat blijkt uit het feit dat:
- [medeverdachte] ‘die ander’ - vermoedelijk [verdachte] - lovend omschrijft als ‘de realest’ en ‘een machine, daarbinnen’;
- Er mogelijk over een strafbaar feit wordt gesproken, gezien [medeverdachte] aan het einde van gesprek 1 benoemt dat het onderwerp 'via hier’ - vermoedelijk doelend op de telefoonlijn van de penitentiaire inrichting - niet besproken moet worden;
- Het tegencontact [telefoonnummer 1] over specifieke kennis lijkt te beschikken: hij heeft ‘verhalen’, ‘parra shit' gehoord, stelt dat iemand ‘zich heeft opgeofferd' en lijkt te verifiëren of er 'een beetje schoongemaakt is’;
- Zowel [medeverdachte] als zijn tegencontact [telefoonnummer 1] verhullende bewoordingen lijken te gebruiken voor de locatie waarover ze spreken - namelijk: “ook in, zeg maar, daarbinnen ook” en “een beetje schoongemaakt daar”:
- [medeverdachte] in relatie tot het schoonmaken noemt dat 'hij' - vermoedelijk doelend op 'die ander’ - naar de douche is gelopen en shampoo heeft gepakt;
- [medeverdachte] 'rappend’ zegt: “Schrobben, daar rollen we ze daar schrobben we” - waarbij het onderzoeksteam rekening houdt met de mogelijkheid dat met ‘ze rollen’ gedoeld wordt op een diefstal dan wel beroving en met ‘we schrobben’ op het wegmaken van sporen;
- Het tegencontact [telefoonnummer 1] als reactie op de bovenstaande ‘rapzin’ zegt dat [medeverdachte] dom is en vervolgens spreekt over 'het dikste bewijs'.
- [medeverdachte] direct na het gesprek met tegencontact [telefoonnummer 1] naar het dan verkregen telefoonnummer [telefoonnummer 2] vermoedelijk in gebruik bij [verdachte] - belt;
- Het tegencontact [telefoonnummer 2] boos en geïrriteerd lijkt te reageren als hij hoort dat het [medeverdachte] is die hem belt. [telefoonnummer 2] lijkt aan te geven dat hij het 'dom' en onbegrijpelijk vindt dat [medeverdachte] belt, wat blijkt uit zijn reacties: “Ewa wat bel jij aghyur (berbers voor 'ezel')?”, “Neef, niet zo toch. Wat is met jou man?”, “Wollah ben je dom!?” en “Houd je kankerbek.” wat in in contrast tot de veelal positieve en enthousiaste reacties van de andere tegencontacten die [medeverdachte] op 24 december 2025 belt;
- Als de gesprekstoon gemoedelijker is geworden zowel [medeverdachte] als het tegencontact [telefoonnummer 2] aangeven elkaars beste vrienden te zijn;
- [medeverdachte] lijkt te refereren naar een moment in het verleden als hij zegt: “En toen ik binnenzat, je weet toch toen ik binnenzat.” en vervolgt: “Ik dacht alleen maar aan jou, wollah, alleen maar.” waarop [telefoonnummer 2] reageert: “Ik dacht wollah neef ik voelde mij kankerslecht man.” - waarbij het onderzoeksteam het mogelijk acht dat hier gesproken wordt over het moment van aanhouding van [medeverdachte] op 06 december 2024 en dat, gezien de reactie, [telefoonnummer 2] kort na de aanhouding daar kennis van kreeg.
- Als [medeverdachte] opnieuw met [telefoonnummer 1] spreekt, de telefoon van zijn tegencontact op luidspreker blijkt te staan en de moeder van het tegencontact op afstand blijkt mee te luisteren;
- [medeverdachte] impliciet aan [telefoonnummer 1] lijkt te vragen om ervoor te zorgen dat niemand meeluistert;
- [medeverdachte] aan [telefoonnummer 1] - als niemand meeluistert - vraagt of de moeder van [telefoonnummer 1] het weet van 'die ander’ - vermoedelijk doelend op [verdachte] , haar zoon - waarop [telefoonnummer 1] kort met ‘nee’ reageert;
- De eerst daaropvolgende vraag van [medeverdachte] is of ze - de moeder van [telefoonnummer 1] - het wel van hem - [medeverdachte] - weet. Het tegencontact [telefoonnummer 1] bevestigt dit. Dit doet het onderzoeksteam vermoeden dat 'het weten’ (in beide vragen) ziet op het (strafbare) feit waarvan [medeverdachte] verdacht wordt.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 februari 2025, voor zover inhoudende (p. 264-269):
Gesprek 6: Gevoerd op 24 december 2024 om 18.50 uur, tegencontact: [telefoonnummer 3]
- Er wordt gesproken over ‘de Uithof - een parkeerplaats waar vlak na de overval de auto van de moeder van [medeverdachte] met daarin een identiteitskaart van verdachte [naam 4] werd aangetroffen;
- Er wordt gesproken over dat personen zijn gaan rennen - bij de voornoemde overval zijn de verdachten gevlucht en achtervolgd;
- [medeverdachte] geeft aan dat ‘ [naam 5] ’ (fonetisch) naast hem in de sloot is gesprongen - [medeverdachte] werd nabij een sloot aangetroffen en aangehouden;
- Er wordt gesproken over ‘die osso’ - straattaal voor 'dat huis’; de voornoemde overval vond in een woning plaats.
- Er in beide gesprekken gesproken wordt over de woningoverval aan de [adres 3] te 's-Gravenhage, gepleegd in de nacht van 5 op 6 december 2024;
- [medeverdachte] zich in de woning waar de overval plaatsvond sneed aan glas en daardoor
bloedde, waardoor dit bloed aan een muur in de woning zat;
- ‘ [bijnaam 1] ’ - later in hetzelfde gesprek ‘ [bijnaam 2] ’ (fonetisch) genoemd - na van [medeverdachte] gehoord te hebben dat hij bloedde dan wel gebloed had, ‘die douche in rende’ en zeep dan wel shampoo pakte;
- ‘ [bijnaam 1] ’ - later in hetzelfde gesprek ‘ [bijnaam 2] ’ (fonetisch) genoemd - na het pakken van shampoo of zeep, samen met [medeverdachte] de 'bebloede’ muur ‘fully’ schoonmaakte en daarvoor de jas van [medeverdachte] gebruikten waardoor daar kennelijk muurverf op terecht kwam.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 februari 2025, voor zover inhoudende (p. 231):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 april 2025, voor zover inhoudende (p. 388-390):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 642-650):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 615-635):
• In algemene zin:
o De mobiele telefoon op 26 december 2024 om 18.04 uur naar fabrieksinstellingen is teruggezet, waarmee vermoedelijk veel data verloren is gegaan;
o De afbeeldingen, zelf gemaakt of ontvangen vóór 26 december 2024, (deels) hersteld lijken te zijn vanuit een online opslagomgeving (iCloud).
• Ten aanzien van het duurzame gebruik:
o Verdachte [verdachte] zeer vermoedelijk de duurzame gebruiker was van de mobiele telefoon.
• Ten aanzien van de aanduiding ‘ [bijnaam 1] ’:
o Er vanaf de mobiele telefoon was ingelogd op een afzonderlijke Instagram-, Tiktok- en Telegram-accounts - zeer vermoedelijk in gebruik bij verdachte [verdachte]
- waarbij de accounthouder zichzelf op een zeker moment de (zichtbare) naam ‘ [bijnaam 1] ’ gaf.
• Ten aanzien van de (bij)naam ' [bijnaam 2] ’:
o Verdachte [verdachte] structureel en veelvuldig door zijn gezinsleden, vrienden en (oud)collega’s met ‘ [bijnaam 2] ’ of ‘ [bijnaam 2] ’ wordt aangesproken;
o Verdachte [verdachte] door zijn gezinsleden, vrienden en (oud)collega’s zelden tot niet wordt aangesproken met ‘ [naam 7] ’;
o Verdachte [verdachte] zich in informele gesprekken identificeert als ‘ [bijnaam 2] ’ en zich deze (bij)naam lijkt te hebben omarmd dan wel toegeëigend;
o Als verdachte [verdachte] zich identificeert met ' [bijnaam 2] ’, de tegenpartij direct weet wie deze ' [bijnaam 2] ’ is;
o Er in de mobiele telefoon een Snapchat-contactpersoon aanwezig was met de naam ' [naam 8] ’;
o De accounthouder van ‘ [naam 8] ’ vermoedelijk een neef van verdachte [verdachte]
[verdachte] , de uit Frankrijk afkomstige [naam 8] , betrof - deze [naam 8] was vermoedelijk rond de jaarwisseling op bezoek bij het gezin [achternaam] .
• Ten aanzien van de overige onderzoeksbevindingen:
o De moeder van verdachte [verdachte] hem meermaals vertelt dat hij op bezoek moet gaan bij zijn neef en dan gedetineerde verdachte Noussair [medeverdachte] ;
o De moeder van verdachte [verdachte] tegen hem zegt dat zij het raar vindt dat hij verdachte [medeverdachte] niet bezoekt;
o Verdachte [verdachte] , in de tijd dat verdachte [medeverdachte] in de PI [plaats 2] gedineerd was, geen enkele keer bij hem op bezoek ging;
o Er een foto aanwezig is van een persoon in een (professionele) keuken die een zwarte nitril handschoen - gelijkend op die waarvan delen nabij de [straatnaam 1] zijn aangetroffen - draagt;
o Alle WhatsAppberichten, door verdachte [verdachte] verstuurd of ontvangen vóór 7 december 2024 om 07.20 uur, van de telefoon gewist zijn.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 636-641-):