ECLI:NL:RBDHA:2025:18277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bedreigingen en geen reëel risico op vervolging
Eiser, een Peruaanse nationaliteit, vroeg asiel aan wegens vermeende bedreigingen en seksueel misbruik door een officier van justitie in Lima. Hij stelde dat hij vanwege deze bedreigingen en vervolging bescherming nodig had in Nederland.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren, en hij zijn asielaanvraag niet tijdig had ingediend zonder goede reden. De rechtbank oordeelde dat de bedreigingen niet geloofwaardig waren en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank stelde dat de vermeende dader niet kon worden aangemerkt als een actor van vervolging met voldoende machtspositie. Ondanks het erkende seksueel misbruik, bood dit geen grond voor asiel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bedreigingen en geen reëel risico op vervolging.