ECLI:NL:RBDHA:2025:18290
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening
Verzoekers, van Russische en Oezbeekse nationaliteit, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie. De minister had hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met andere zaken op 29 september 2025 en sloot het onderzoek op die zitting. Vervolgens heeft de rechtbank bij uitspraak van 3 oktober 2025 de beroepen ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.