ECLI:NL:RBDHA:2025:18293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.32638 en NL25.32640
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning

Verzoekers, van Nigeriaanse nationaliteit, hebben een verzoek ingediend tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft op 17 juli 2025 besloten deze aanvragen niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de zaken op 29 september 2025 behandeld in een zitting waar verzoekers, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Na het onderzoek is de zitting gesloten.

Op 3 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds ongegrond zijn verklaard in een aanverwante uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen ongegrond zijn verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.32638 en NL25.32640

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoeker,

geboren op [geboortedatum 1],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 1],

[naam 2], verzoekster,

geboren op [geboortedatum 2],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 2],
mede namens hun minderjarige kinderen:

[naam 3],

geboren op [geboortedatum 3],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 3],

[naam 4],

geboren op [geboortedatum 4],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 4],
hierna samen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. Bij besluiten van 17 juli 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL25.32637 en NL25.32639, op 29 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.32637 en NL25.32639, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.