ECLI:NL:RBDHA:2025:18346
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot wraking van mr. D. Nobel, kantonrechter, ingediend door verzoeker in een civiele kortgedingprocedure tegen de Autoriteit Persoonsgegevens.
Verzoeker stelde dat de kantonrechter de schorsende werking van een eerder wrakingsverzoek had genegeerd, onjuiste verklaringen had afgelegd over kennis van dat verzoek, en dat diens eerdere werkverleden bij een bedrijf aanleiding gaf tot een patroon van partijdig handelen. Tevens werd bejegening tijdens de mondelinge behandeling als onzorgvuldig ervaren.
De wrakingskamer oordeelde dat geen sprake was van vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Het eerdere wrakingsverzoek was niet correct doorgeleid, maar dit leidde niet tot partijdigheid. De kantonrechter had de procedurele grenzen van het kort geding toegelicht, wat geen grond voor wraking vormt. Ook de wijze van bejegening en het werkverleden van de kantonrechter boden geen aanknopingspunten voor wraking.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij indiening van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.