ECLI:NL:RBDHA:2025:18353

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
25-29619
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingesteld beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 27 mei 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 18 juni 2025 in gebreke en diende op 4 juli 2025 beroep in, meer dan twee weken na ingebrekestelling.

Voor Syrië gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025 een besluitmoratorium waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium is ook van toepassing op lopende aanvragen waarvan de reguliere beslistermijn al was verstreken. De aanvraag van eiser valt onder dit moratorium, waardoor de minister uiterlijk op 27 november 2025 moet beslissen.

Omdat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling en het beroep, is het beroep prematuur en daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingesteld binnen de verlengde beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.29619
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Hanna),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

3. De minister heeft de aanvraag op 27 mei 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Eiser heeft de minister op 18 juni 2025 in gebreke gesteld. Eiser heeft op 4 juli 2025, meer dan twee weken na de ingebrekestelling, beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
4. Eiser komt uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.4 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor lopende asielaanvragen en van asielaanvragen die tijdens het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.5
5. Het moratorium is van toepassing op asielaanvragen waarop nog niet is beslist. Dat geldt ook voor aanvragen waarvan de beslistermijn van zes maanden al is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.6 De aanvraag van eiser valt onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium. In de zaak van eiser betekent dit dat de minister uiterlijk op 27 november 2025 dient te beslissen op de aanvraag. Aangezien deze beslistermijn nog niet is verstreken, heeft eiser zijn ingebrekestelling en beroep prematuur ingesteld. Het beroep is daarmee kennelijk niet- ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van
S.J. Simorangkir, griffier.
4 Stcrt. 2024, 41538.
5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
6 Vgl. o.m. de uitspraak van de ABRvS van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600, onder 5.3.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 augustus 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.