Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:18372

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
C/09/691369 / FA RK 25-6835
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aansluitende zorgmachtiging wegens stabiele situatie zonder medicatie

De officier van justitie heeft een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene. Betrokkene is sinds juni 2025 gestopt met medicatie en verkeert in een stabiele toestand. Hij woont momenteel bij familie en is aangemeld voor beschermd wonen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 30 september 2025 heeft betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, verklaard de zorgmachtiging onnodig te vinden en aan te geven dat hij vrijwillig meewerkt aan zijn behandeling. De casemanager bevestigde dat betrokkene niet psychotisch is en dat het middelengebruik in remissie is.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene de afspraken met behandelaren tot op heden nakomt en dat het ernstig nadeel onvoldoende is geconcretiseerd. Gezien de stabiele situatie en de vrijwillige medewerking wordt het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot een aansluitende zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene stabiel is en vrijwillig meewerkt aan de behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/691369 / FA RK 25-6835
Datum beschikking: 30 september 2025

Afwijzing aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. B.J. de Bruijn te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 september 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 9 september 2025 ondertekende medische verklaring van M. Neeter-Braaksma, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 28 augustus 2025;
- een zorgplan van 1 september 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 10 september 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 11 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- namens [instelling] , de casemanager, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven de zorgmachtiging onnodig te vinden. Hij zou de zorg binnen het vrijwillig kader accepteren. Betrokkene neemt, in overleg, al geruime tijd geen medicatie meer in en het gaat goed met hem. De zorgmachtiging is aangevraagd voor het geval dat betrokkene zou decompenseren, maar daar is nu geen sprake van. Betrokkene is aangemeld voor beschermd wonen. Dat traject verloopt via de gemeente. Op dit moment verblijft hij bij zijn moeder of zus. Zijn moeder is erg betrokken bij de behandeling en kan ingrijpen wanneer betrokkene decompenseert.
De advocaat pleit namens betrokkene voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil vrijwillig meewerken aan de behandeling. Betrokkene slikt al geruime tijd geen medicatie en is stabiel. Hij wil zijn leven oppakken en vooruitkijken. Het ernstig nadeel is onvoldoende geconcretiseerd in het verzoek. De beschermd wonen voorziening kan veel ondervangen en toezicht houden op betrokkene.
De casemanager heeft naar voren gebracht dat betrokkene sinds juni 2025 in overleg met zijn psychiater is gestopt met de antipsychotica. Er is een aanvraag gedaan voor een begeleide woonvorm. Op dit moment is betrokkene niet psychotisch en is het middelengebruik in remissie. Betrokkene heeft een beperkt ziektebesef en -inzicht. Gelet op voorgaande bestaat er twijfel dat betrokkene de zorg binnen een vrijwillig kader blijvend zal accepteren. Tot op heden is betrokkene zijn afspraken altijd nagekomen.

Beoordeling

Op 10 april 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 10 oktober 2025.
De rechtbank stelt op basis van hetgeen ter zitting is besproken vast dat betrokkene al geruime tijd stabiel is zonder medicatie. Betrokkene wil vrijwillig meewerken aan de behandeling en hij is aangemeld voor een beschermde woonplek. Hij staat in contact met zijn behandelaren en komt de afspraken tot op heden na. Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot een afwijzing van het verzoek.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 september 2025.