ECLI:NL:RBDHA:2025:18376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep tegen niet tijdig genomen beslissing over asielaanvraag
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over het beroep van eiser, die van mening was dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag was op 8 maart 2024 ontvangen, en de minister had volgens de wet een beslistermijn van zes maanden. Eiser heeft de minister op 25 juni 2025 in gebreke gesteld, maar heeft pas op 11 juli 2025 beroep ingesteld, meer dan twee weken na de ingebrekestelling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de beslistermijn had verlengd door een besluitmoratorium voor Syrië, dat van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold. Hierdoor was de beslistermijn voor de aanvraag van eiser verlengd tot 8 september 2025. De rechtbank concludeert dat het beroep prematuur is ingesteld, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.