ECLI:NL:RBDHA:2025:18415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag leidt tot niet-ontvankelijkheid beroep en proceskostenveroordeling
Eiser diende op 28 mei 2024 beroep in wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 oktober 2023. De rechtbank Limburg verklaarde dit beroep gegrond en stelde een beslistermijn van zestien weken vast. Toen verweerder niet binnen deze termijn besliste, stelde eiser op 14 april 2025 opnieuw beroep in. Verweerder besloot uiteindelijk op 29 april 2025 de asielaanvraag in te willigen.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat door de inwilliging het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het procesbelang is komen te vervallen. De rechtbank beperkt haar oordeel tot de proceskostenveroordeling, aangezien verweerder door de late beslissing aan eiser tegemoet is gekomen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor vanwege de aard van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten.