Op 28 februari 2023 heeft de man een verzoek ingediend voor vervangende toestemming tot erkenning en gezamenlijk gezag over de minderjarige. Bij beschikking van 13 februari 2024 verleende de rechtbank de vervangende toestemming tot erkenning en stelde de beslissing over het gezamenlijk gezag pro forma uit tot 15 juni 2024.
De rechtbank ontving op 25 juni 2025 de akte van erkenning van de man en op 31 juli 2025 een formulier waarin de man zijn verzoek tot gezamenlijk gezag introk. Gezien deze intrekking is er volgens de rechtbank geen verdere beslissing meer nodig.
De rechtbank heeft daarom bij beschikking van 7 oktober 2025 vastgesteld dat er niets meer te beslissen valt en heeft het verzoek gesloten. De beschikking is uitgesproken door rechter C.L. Strop, tevens kinderrechter.