Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting op grond van de Participatiewet. Dit verzoek is behandeld door de voorzieningenrechter op 15 september 2025, waarbij verzoekster niet is verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €53,- niet tijdig is betaald, ondanks meerdere herinneringen, waaronder een aangetekende brief en een schriftelijke waarschuwing bij de zittingsuitnodiging. Verzoekster heeft geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn door verzoekster nog stukken ingediend, maar deze zijn buiten beschouwing gelaten omdat ze geen aanleiding gaven tot heropening van het onderzoek.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.