ECLI:NL:RBDHA:2025:18551
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing locatie- en contactverbod wegens onvoldoende inbreuk op persoonlijke levenssfeer
De vrouw vordert een locatie- en contactverbod tegen de man wegens vermeende huiselijke geweldsincidenten, stalking en inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. De man ontkent bedreigingen en intimiderend gedrag en stelt dat hij zich respectvol gedraagt en dat het sociale leven van hem en zijn familie zich in dezelfde buurt afspeelt.
De voorzieningenrechter overweegt dat een locatie- en contactverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden opgelegd indien de persoonlijke vrijheid van de vrouw anders niet veiliggesteld kan worden. Uit de overgelegde foto’s en video’s blijkt dat de man de vrouw en haar minderjarige kind regelmatig ontmoet, maar dat hij gepaste afstand houdt en zich respectvol opstelt. De enkele incidenten die de vrouw als bedreigend ervaart, zijn niet frequent genoeg om een dergelijk verbod te rechtvaardigen.
Daarnaast is de man in 2022 strafrechtelijk veroordeeld met een contact- en gebiedsverbod, waarna het relatief rustig is gebleven. De vrouw heeft slechts één recente aangifte gedaan die onvoldoende onderbouwing biedt voor het gevorderde verbod. De voorzieningenrechter concludeert dat onvoldoende is gebleken dat een locatie- en contactverbod noodzakelijk is en wijst de vorderingen af. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot locatie- en contactverbod af wegens onvoldoende bewijs van ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.