ECLI:NL:RBDHA:2025:18556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit, inreisverbod en voortduring bewaring wegens illegaal verblijf
De rechtbank Den Haag behandelde op 7 oktober 2025 het beroep van een Marokkaanse vreemdeling tegen een terugkeerbesluit, een inreisverbod en de voortzetting van zijn bewaring. De bewaring was opgelegd om de terugkeer naar Marokko voor te bereiden en de verwijderingsprocedure uit te voeren. De eiser stelde onder meer dat hij een relatie had met een Poolse onderdaan en daardoor rechtmatig verblijf zou genieten, maar hij had geen geldige aanvraag toetsing EU-recht ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het niet ingevulde en niet onderbouwde aanvraagformulier geen procedureel rechtmatig verblijf oplevert. Ook de verklaringen en foto’s van de partner waren onvoldoende om een verblijfsrecht vast te stellen. De rechtbank stelde vast dat de eiser illegaal verbleef en dat het terugkeerbesluit terecht was genomen. De stelling dat het terugkeerbesluit niet uitgevoerd kan worden vanwege het familieleven faalde, omdat de eiser geen verblijfsvergunning heeft en zijn relatie onvoldoende onderbouwd is.
Verder overwoog de rechtbank dat verweerder aan zijn verplichtingen heeft voldaan door de eiser in het gehoor te vragen naar belangen genoemd in artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115 en het non-refoulementbeginsel. De eiser heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de uitvoering van het terugkeerbesluit in de weg staan. Het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de voortzetting van de bewaring werd ongegrond verklaard, evenals het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard.