ECLI:NL:RBDHA:2025:1859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag beoordeelde het beroep van een Syrische vreemdeling tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister had het besluit genomen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank stelde ambtshalve vast of eiser nog procesbelang had. De minister had meegedeeld dat eiser op 18 december 2024 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het besluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.