Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 18 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9 formulier van 7 mei 2025 met bijlagen van de vader;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om de zorg- en opvoedingstaken te verdelen, waarbij de minderjarige om de week van vrijdag na school tot dinsdag bij de vader verblijft. De moeder voerde verweer en stelde een andere regeling voor, waarbij het kind minder frequent bij de vader zou zijn.
Gezien het gezamenlijke gezag en het ontbreken van een ouderschapsplan, besloot de rechtbank het verzoek van de vader toe te wijzen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. De huidige regeling tot aan de schoolgang van het kind blijft ongewijzigd, en de vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgesteld conform het concept ouderschapsplan met de aanvullende afspraak dat vakanties naar het buitenland alleen met toestemming van de andere ouder plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde regeling na schooltijd redelijk is, ondanks de reistijd tussen de woonplaatsen van de ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en stelt de zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling vast conform het concept ouderschapsplan.