ECLI:NL:RBDHA:2025:18614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning kennismigrant en gezinslid
Eisers, een gezin met Zuid-Koreaanse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor verblijfsvergunningen onder de beperkingen 'arbeid als kennismigrant' en 'verblijf als familie- of gezinslid'. Verweerder stelde de ingangsdatum van de vergunningen vast op 7 maart 2024, terwijl eisers vinden dat dit 31 maart 2023 moet zijn.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag pas op 9 mei 2023 door verweerder is ontvangen en dat de datum 31 maart 2023 op het formulier niet als daadwerkelijke indieningsdatum kan gelden. Wel stelt de rechtbank vast dat de aanvraag op 9 mei 2023 al compleet was, inclusief het arbeidscontract per 31 maart 2023. Verweerder heeft onvoldoende toegelicht waarom de ingangsdatum pas op 7 maart 2024 zou moeten liggen.
Daarom is er sprake van een motiveringsgebrek en wordt het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het aanvullend besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet verweerder de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek.