ECLI:NL:RBDHA:2025:18654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanvullend terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering en non-refoulement toetsing
Eiser, met de Libische nationaliteit, kreeg een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd waarbij Tunesië als land van terugkeer werd aangewezen. Eiser betwistte dit besluit en stelde dat zijn zienswijze onvoldoende was betrokken en dat de motivering voor de keuze van Tunesië ontoereikend was. Daarnaast wees hij op het ontbreken van een toetsing aan artikel 3 EVRM Pro (non-refoulement).
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd waarom Tunesië als land van terugkeer werd aangewezen, mede omdat de taalanalyse slechts vermoedde dat eiser uit Tunesië zou kunnen komen, maar niet bevestigde dat hij de Tunesische nationaliteit bezit. Ook was niet onderzocht in hoeverre de spraak van eiser beïnvloed was door zijn Tunesische moeder. Tevens ontbrak een adequate weging van de door eiser ingebrachte zienswijze.
Voorts concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had onderzocht of terugkeer naar Tunesië in strijd zou zijn met het non-refoulementbeginsel, waardoor eiser niet voldoende gelegenheid had gekregen om persoonlijke omstandigheden of bezwaren kenbaar te maken. Gezien deze gebreken werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het aanvullend terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrek aan toetsing aan artikel 3 EVRM.