ECLI:NL:RBDHA:2025:1869
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- H.M. Braam
- M.C. Ritsema van Eck - van Drempt
- M. de Kock - Molendijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken nauwe en bewuste samenwerking bij poging zware mishandeling met schot
De rechtbank Den Haag behandelde op 13 februari 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van een poging zware mishandeling en bedreiging door het lossen van een schot op een persoon op 1 september 2024 in 's-Gravenhage.
Tijdens de terechtzitting van 30 januari 2025 werd vastgesteld dat medeverdachte een schot had gelost in de richting van het slachtoffer, in een context van spanningen tussen de betrokken partijen. De verdachte was op dat moment in de nabijheid van de medeverdachte.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde met een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor volledige vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het dossier en het onderzoek onvoldoende aanknopingspunten boden voor de conclusie dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte om het schot te lossen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking bij poging zware mishandeling met schot.