ECLI:NL:RBDHA:2025:1870
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- H.M. Braam
- M.C. Ritsema van Eck - van Drempt
- M. de Kock - Molendijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken nauwe samenwerking bij poging zware mishandeling met vuurwapen
Op 13 februari 2025 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van poging zware mishandeling en bedreiging met een vuurwapen op of omstreeks 1 september 2024.
De tenlastelegging betrof het gezamenlijk en in vereniging met anderen schieten in de richting van een persoon, waarbij het misdrijf niet voltooid werd. De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde, met een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie voorwaardelijk.
De rechtbank nam kennis van de feiten en het dossier, waaronder dat medeverdachte een schot loste richting het slachtoffer en verdachte in de nabijheid was. Echter, de rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte om het schot te lossen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en het vonnis is gewezen door de voorzitter en twee rechters. De verdediging had vrijspraak gevorderd en dit werd door de rechtbank gevolgd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking bij poging zware mishandeling met vuurwapen.