ECLI:NL:RBDHA:2025:18708
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voogdijvoorziening voor minderjarig kind met benoeming oma moederszijde als voogdes
De rechtbank Den Haag heeft op 9 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voogdij over een minderjarig kind wiens ouders beiden minderjarig zijn. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om Stichting Jeugdbescherming west als voogdes te benoemen, vanwege zorgen over de thuissituatie en de kwetsbaarheden van de ouders en grootouders.
De rechtbank heeft het verzoek van de Raad afgewezen en de oma moederszijde benoemd tot voogdes. De zorgen van de Raad hadden vooral betrekking op de aanwezigheid en het gedrag van de opa moederszijde, die inmiddels de woning heeft verlaten, waardoor de thuissituatie veilig en stabiel is geworden. De oma moederszijde oefent al gezag uit over haar eigen minderjarige kinderen zonder problemen en wordt gedeeltelijk begeleid door de gemeente.
De ouders en grootouders zijn betrokken en ondersteunen de benoeming van de oma moederszijde. De rechtbank oordeelt dat de door de Raad geuite zorgen niet zodanig zijn dat de oma moederszijde niet in staat zou zijn de voogdij behoorlijk uit te oefenen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: De oma moederszijde wordt benoemd tot voogdes over het minderjarige kind en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming wordt afgewezen.