Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 3 april 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, zoals voorgeschreven in artikel 2u Vreemdelingenwet, met drie maanden heeft verlengd, maar deze termijn inmiddels is verstreken. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn het fifo-principe geldt, en stelt vast dat de minister de aanvraag pas in maart 2026 kan behandelen. Daarom moet de minister uiterlijk 30 mei 2026 een besluit nemen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €7.500, en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eisers.