ECLI:NL:RBDHA:2025:18727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen met de motivering dat verzoeker internationale bescherming geniet in Italië. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.