ECLI:NL:RBDHA:2025:18739
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gefaciliteerd vertrek naar Kroatië
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het gefaciliteerd vertrek naar Kroatië op 13 oktober 2025, hangende bezwaar tegen een eerder besluit. Dit besluit betrof het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter overweegt dat het vertrek niet gedwongen is, maar vrijwillig gefaciliteerd wordt. Verzoeker stelde dat bij weigering van vertrek een reëel risico bestaat op vreemdelingenbewaring en gedwongen overdracht, maar dit is een onzekere toekomstige situatie.
Omdat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er wordt niet inhoudelijk op het bezwaar ingegaan en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het gefaciliteerd vertrek naar Kroatië wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.