Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[cliënt] ,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2025.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een opvolgende rechterlijke machtiging voor cliënt, geboren in 1949, die lijdt aan gevorderde vasculaire dementie en verblijft in een zorgaccommodatie. Cliënt wenst terug naar huis, maar is door zijn aandoening ernstig gedesoriënteerd en niet in staat zelfzorg te bieden. De advocaat van cliënt betwist de noodzaak van een vijfjarige machtiging en pleit voor afwijzing of een kortere duur.
De verpleegkundige specialist bevestigt het progressieve karakter van de dementie, het verzet van cliënt tegen verblijf, en de noodzaak van verlenging. De mentor is akkoord met de machtiging en benadrukt dat zelfstandig thuis wonen niet langer verantwoord is. Uit de medische verklaring en zorgplan blijkt dat cliënt volledig afhankelijk is van begeleiding en ondersteuning.
De rechtbank concludeert dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening en dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om dit te voorkomen. Gezien het progressieve ziektebeeld en het mogelijke afnemen van verzet, wordt de machtiging verleend voor één jaar in plaats van vijf. Het verzoek tot een langere machtiging wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf in een zorgaccommodatie voor de duur van één jaar.