ECLI:NL:RBDHA:2025:18784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Cyprus
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Cyprus volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 16 september 2025 behandeld.
Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier M.A.W.M. Engels op 29 september 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.