ECLI:NL:RBDHA:2025:18901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken duurzaam verblijfsrecht met Unieburger
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, kreeg op 18 mei 2025 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Hij stelde dat hij een declaratoir verblijfsrecht had op basis van een duurzame relatie met een Griekse Unieburger sinds 2 april 2025. De rechtbank oordeelt dat een duurzame relatie volgens de Vreemdelingencirculaire minimaal zes maanden moet duren en dat eiser tijdens het gehoor niets over een Griekse partner heeft verklaard, maar slechts over een vriendin in Letland.
Eiser heeft geen bewijsstukken overgelegd die de relatie met de Griekse partner aantonen. Bovendien was de relatie ten tijde van het besluit nog geen zes maanden oud, waardoor niet kan worden vastgesteld dat hij een declaratoir verblijfsrecht had. Hoewel eiser later een procedureel declaratoir verblijfsrecht verkreeg na indiening van een toetsing aan het EU-recht, was dit niet van toepassing ten tijde van het terugkeerbesluit en maakt het besluit niet met terugwerkende kracht onrechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het terugkeerbesluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.