ECLI:NL:RBDHA:2025:18937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Russische vreemdeling wegens onvoldoende bewijs vervolging
Een Russische vreemdeling heeft asiel aangevraagd in Nederland nadat hij naar eigen zeggen door de Russische veiligheidsdienst was mishandeld vanwege een donatie aan een Oekraïens fonds. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat de aangevoerde vervolgingsgronden onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank Den Haag behandelde het beroep en oordeelde dat de asielzoeker onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn beweringen, waaronder het ontbreken van documenten over de donatie en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.
De rechtbank stelde vast dat de medische situatie van eiser tijdens het nader gehoor voldoende was meegewogen en dat aanvullend horen niet noodzakelijk was. De verklaringen over de donatie en de vermeende vervolging werden niet geloofwaardig bevonden vanwege gebrek aan samenhang, onvoldoende onderbouwing en ongerijmde inconsistenties, zoals wisselende verklaringen over afluistering en ontsnapping uit het ziekenhuis.
De rechtbank bevestigde dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht was, omdat de verklaringen van eiser niet overtuigend waren en onvoldoende bewijs was geleverd. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende bewijs van vervolging.