ECLI:NL:RBDHA:2025:18965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit en onrechtmatige vreemdelingenbewaring
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, kreeg op 1 oktober 2025 een aanvullend terugkeerbesluit en een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door verweerder. De rechtbank oordeelt dat het eerdere terugkeerbesluit van 17 december 2020 niet voldoet aan de eisen van de Terugkeerrichtlijn, omdat het niet expliciet het verblijf als onrechtmatig verklaart of een vertrek uit Nederland oplegt. Het aanvullend terugkeerbesluit van 1 oktober 2025 voldoet hier eveneens niet aan.
De rechtbank stelt vast dat zonder een geldig terugkeerbesluit de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 Vw Pro niet rechtsgeldig kan zijn opgelegd. Daarom verklaart zij het beroep tegen zowel het aanvullend terugkeerbesluit als de bewaring gegrond en beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring per 15 oktober 2025.
Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.530 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming gedurende 15 dagen en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €2.721 aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen de gestelde termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring is gegrond verklaard, de bewaring is opgeheven en een schadevergoeding van €1.530 is toegekend.