Eiseres betwist de vaststelling van de minister dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De minister baseert zijn besluit op het feit dat eiseres niet als economisch actieve gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt en niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Eiseres voert aan dat zij wel aan het middelenvereiste voldoet omdat zij een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet. De rechtbank oordeelt echter dat het beroep op het arrest Brey niet slaagt vanwege recentere rechtspraak die een minder ruime uitleg geeft. De minister heeft een juiste belangenafweging gemaakt, waarbij onder meer de duur van het verblijf, het bedrag van de uitkering en persoonlijke omstandigheden zijn betrokken.
De rechtbank wijst ook het indienen van aanvullende beroepsgronden één werkdag voor de zitting af wegens strijd met de goede procesorde. Omdat eiseres geen andere gronden heeft aangevoerd, wordt het beroep ongegrond verklaard. Dit betekent dat eiseres geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had volgens artikel 8.12 Vb 2000.