ECLI:NL:RBDHA:2025:19043

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.29461
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende klacht over niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 september 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd vanwege een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) voor vreemdelingen uit Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 14 juni 2025.

Eiser stelde de minister bij brief van 12 juni 2025 in gebreke en diende op 3 juli 2025 zijn beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep prematuur is omdat het BVM op het moment van de ingebrekestelling nog van kracht was, waardoor de minister niet kon beslissen.

Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten en wordt het niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, na instemming van partijen.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuriteit door het geldende besluitmoratorium.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29461

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 september 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft deze termijn met negen maanden verlengd. [2] Eiser heeft de minister bij brief van 12 juni 2025 in gebreke gesteld en vervolgens op 3 juli 2025 zijn beroep ingediend. [3] 3. Met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium [4] (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Het BVM is per 14 juni 2025 beëindigd.
4. Op het moment van indienen van de ingebrekestelling was het door de minister ingestelde BVM nog in werking, waardoor de minister niet kon beslissen op de aanvraag en de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen voldoet daarom niet aan de vereisten [5] voor het indienen van zo’n beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 42, eerste lid, van de Vw.
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
4.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (
5.Artikel 6:12 van Pro de Awb.