Eiseres, een Turkse nationaliteit dragende vrouw en dochter van een prominent lid van de Gülenbeweging, vroeg asiel aan in Nederland. Haar aanvraag werd door de minister afgewezen omdat zij persoonlijk geen reëel risico op vervolging zou lopen, ondanks haar banden met de Gülenbeweging en het feit dat haar vader op een oranje lijst van gezochte Gülenisten staat.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de betekenis van de plaatsing van de vader van eiseres op deze oranje lijst en de mogelijke gevolgen daarvan voor eiseres zelf. Dit gebrek aan onderzoek en motivatie leidt tot een schending van de zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen.
De rechtbank wijst erop dat familieleden van hooggeplaatste Gülenisten een verhoogd risico lopen op vervolging en dat het ontbreken van onderzoek naar de oranje lijst een fundamenteel gebrek is. Daarom wordt de minister in de gelegenheid gesteld het besluit te herzien, met inachtneming van nader onderzoek en de uitkomst van lopende procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Tot die tijd wordt de verdere beslissing aangehouden en wordt verweerder verzocht binnen twee weken aan te geven of hij van deze gelegenheid gebruik maakt. De uitspraak is een tussenuitspraak, waarbij hoger beroep nog niet openstaat.