ECLI:NL:RBDHA:2025:19059
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zelfmeldprocedure na omzetting taakstraf in vervangende hechtenis
Eiser is veroordeeld tot een taakstraf wegens schuldwitwassen, die later wegens onvoldoende nakoming is omgezet in vervangende hechtenis. Eiser verzocht de Staat om hem toe te staan de zelfmeldprocedure te volgen, waarbij hij stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden, zoals de zorg voor jonge kinderen en het runnen van een onderneming, een geplande ingangsdatum van de detentie noodzakelijk maken.
De Staat verweerde zich met het standpunt dat bij omzetting van een taakstraf in vervangende hechtenis de zelfmeldprocedure in beginsel niet wordt toegekend, en dat de belangenafweging naar behoren was gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat een ruime beleidsvrijheid heeft en dat het besluit om eiser geen zelfmeldstatus toe te kennen redelijk was, mede omdat de straf hoe dan ook uitgevoerd moet worden en eiser voldoende tijd heeft gehad zich voor te bereiden.
De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van een schriftelijke toelichting op de belangenafweging in de brief van het CJIB niet leidt tot toewijzing van de vordering. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De beslissing is op 22 oktober 2025 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering om de zelfmeldprocedure te volgen wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.