ECLI:NL:RBDHA:2025:19060
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens gestabiliseerde situatie betrokkene
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene verblijft sinds 2016 in een zorginstelling en wordt behandeld voor een psychische stoornis. De aanvraag werd ondersteund door medische verklaringen en een zorgplan.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 oktober 2025 gaf betrokkene aan dat haar situatie is gestabiliseerd. Zij verblijft vrijwillig in de instelling, neemt medicatie en sondevoeding zonder verzet. De psychiater bevestigde dat de behandeling binnen een vrijwillig kader kan worden voortgezet en dat er vertrouwen is in de duurzame acceptatie van zorg.
De rechtbank oordeelde dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg, omdat er geen sprake is van ernstig nadeel en betrokkene geen verzet biedt. Er zijn minder bezwarende alternatieven en verplichte zorg is niet evenredig. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af.
De beschikking is op 3 oktober 2025 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 14 oktober 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens gestabiliseerde situatie en vrijwillige acceptatie van zorg.