ECLI:NL:RBDHA:2025:19101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens strijdig gebruik gronden
Verzoekster, eigenaar van gronden in Waddinxveen, is door het college van burgemeester en wethouders een last onder dwangsom opgelegd wegens het afgraven en opslaan van grond en andere bedrijfsactiviteiten die niet als agrarische grondgebonden activiteiten worden beschouwd. Verzoekster betwist dit en vraagt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij spoedeisend belang of een evident onrechtmatig besluit. Verzoekster heeft de werkzaamheden stilgelegd, waardoor geen dwangsom kan worden verbeurd. Daarnaast ontbreken concrete gegevens die aantonen dat het uitstel van de bodemprocedure tot onomkeerbare ecologische schade leidt. Ook is geen sprake van een acute financiële noodsituatie.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat de werkzaamheden niet binnen de agrarische grondgebonden bedrijfsactiviteiten vallen, mede omdat verzoekster geen overeenkomst met een agrarisch bedrijf heeft overgelegd. Er is geen concreet zicht op legalisatie van de overtreding. De last onder dwangsom is duidelijk en proportioneel, gericht op het voorkomen van herhaling.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.