ECLI:NL:RBDHA:2025:19223
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning arbeid zelfstandige wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, heeft sinds 2022 meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning met het doel arbeid als zelfstandige in Nederland. Zijn eerste drie aanvragen werden afgewezen, waarvan twee besluiten onherroepelijk zijn. Op 11 april 2024 diende eiser een vierde aanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie.
De minister wees deze aanvraag af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die de eerdere afwijzingen konden wijzigen. Eiser stelde dat hij nieuwe financiële stukken had overgelegd die de levensvatbaarheid van zijn onderneming aantonen en dat het mvv-vereiste ten onrechte tegen hem werd gebruikt. Tevens voerde hij aan dat hij niet gehoord was in de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de financiële stukken en de hoorzitting reeds in eerdere procedures waren betrokken en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Het besluit van de minister was daarom terecht. Ook was het afzien van het horen in bezwaar toegestaan omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning arbeid zelfstandige wordt ongegrond verklaard.