ECLI:NL:RBDHA:2025:1924
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Kroatië
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om verwijdering uit Nederland te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft op 24 januari 2025 een ordemaatregel getroffen die verwijdering tijdelijk stopzet.
Op 4 februari 2025 vond de zitting plaats waarin het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak is behandeld. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu op het beroep is beslist in zaak NL25.3148, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wijst het verzoek af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 12 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist.