ECLI:NL:RBDHA:2025:19313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag tijdelijke bescherming
Eiseres diende op 26 januari 2023 een asielaanvraag in en stelde de minister op 15 januari 2025 in gebreke om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. De minister nam echter geen besluit en eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank overwoog dat eiseres valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55/EG, waardoor de beslistermijn van de asielaanvraag is opgeschort tot na het einde van de tijdelijke bescherming. De werkingsduur van deze richtlijn is verlengd tot 4 maart 2026, waardoor de ingebrekestelling van eiseres prematuur was.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de rechtbank Arnhem en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigen dat de beslistermijn pas gaat lopen na het beëindigen van de tijdelijke bescherming. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.