Verzoeker stelde op 19 februari 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en de aanvraag te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij een wegingsfactor 'licht' werd toegepast omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen. De veroordeling werd als kennelijk gegrond toegewezen en de uitspraak werd zonder zitting gedaan.