ECLI:NL:RBDHA:2025:1938

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
NL24.47640
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening

Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 4 februari 2025 verschenen verzoeker en zijn gemachtigde niet, terwijl de minister werd vertegenwoordigd.

De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.47639) inmiddels was beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier F. Aissa, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.47640

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B. Zagers).

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.47639,
op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.47639, heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.