ECLI:NL:RBDHA:2025:19405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag biseksuele Pakistaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Pakistaanse man van de Punjabi bevolkingsgroep, vroeg asiel aan vanwege zijn biseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Pakistan. Hij stelde dat hij en zijn partner werden bedreigd door familieleden, wat leidde tot hun vertrek uit Pakistan. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af, waarbij het eerste asielmotief (identiteit en herkomst) werd erkend, maar het tweede asielmotief (biseksualiteit) als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het culturele en persoonlijke referentiekader van eiser. Ondanks het introverte karakter van eiser werd verwacht dat hij authentieke verklaringen zou afleggen, wat volgens de rechtbank ook is gebeurd. De rechtbank vond geen reden om het bestreden besluit te vernietigen.
Verweerder vond dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn gevoelens over zijn biseksualiteit en de impact daarvan in Pakistan. Ook waren de verklaringen over zijn relaties oppervlakkig en niet overtuigend. Eiser kon niet overtuigend uitleggen waarom hij geen onderzoek had gedaan naar LHBTI-rechten in Nederland of Pakistan. De rechtbank volgde deze beoordeling en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.