ECLI:NL:RBDHA:2025:1948
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid van asielmotieven
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat de minister van Asiel en Migratie de asielmotieven niet geloofwaardig achtte. De motieven betroffen onder meer zijn homoseksualiteit, deelname aan politieke demonstraties, bekering tot het jodendom en bedreigingen door de zakenpartner van zijn broer.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn gemachtigde niet verschenen op de zitting, waardoor alleen de gemachtigde van de minister aanwezig was. De rechtbank bevestigde de afwijzing van de aanvraag omdat eiser onvoldoende bewijs en samenhangende verklaringen had geleverd ter onderbouwing van zijn asielmotieven. De seksuele geaardheid werd als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende bewijs.
Ook de politieke activiteiten, bekering en bedreigingen werden als onvoldoende onderbouwd en ongeloofwaardig beschouwd. De rechtbank vond dat eiser geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Egypte. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.