ECLI:NL:RBDHA:2025:19505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ex tunc beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod in het licht van richtlijn 2008/115
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod die in januari 2024 door de Minister van Asiel en Migratie waren vastgesteld. Eiser betwistte een van de lichte gronden van het terugkeerbesluit en stelde dat hij rechtmatig verblijf ontleent aan het EU-recht en dat zijn rechten op grond van artikel 8 EVRM Pro worden geschonden.
Tijdens de zitting op 23 oktober 2025 constateerde de rechtbank een aanzienlijk tijdsverloop tussen het nemen van de besluiten en de behandeling van het beroep. Dit riep de vraag op of de jurisprudentie die vereist dat de rechter de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en het inreisverbod ex tunc beoordeelt, verenigbaar is met richtlijn 2008/115.
De rechtbank overwoog dat de verplichtingen uit artikel 5 en Pro 13 van de richtlijn ook voor de rechter gelden en dat een actuele beoordeling van de belangen en het non-refoulementbeginsel noodzakelijk is. De rechtbank stelde partijen daarom in de gelegenheid om binnen zes weken schriftelijk hun standpunt over deze principiële rechtsvraag in te nemen en hield iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid schriftelijk te reageren op de vraag over ex tunc beoordeling in het licht van richtlijn 2008/115.