Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Venezolaanse beroepsmilitair, vroeg asiel aan in Nederland na vermeende detentie en marteling wegens betrokkenheid bij een opstand tegen de Venezolaanse autoriteiten. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat het verhaal van eiser niet samenhangend en aannemelijk werd geacht.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat hoewel de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig waren, zijn verklaringen over de reden van detentie en de omstandigheden rond zijn vertrek uit Venezuela tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd waren. Ook het feit dat hij pas drie jaar na de vermeende problemen vertrok, werd niet aannemelijk verklaard.
Daarnaast vond de rechtbank dat het aanhoudingsbevel slechts wees op desertie en niet op vervolging wegens politieke redenen. Het EUAA-rapport en het ambtsbericht ondersteunden het standpunt dat lagere militairen zoals eiser minder risico lopen op vervolging. De legale uitreis deed geen afbreuk aan de geloofwaardigheid, maar het geheel leidde tot de conclusie dat het asielrelaas ongeloofwaardig was.
De rechtbank bevestigde dat eiser zich niet tijdig heeft gemeld bij de eerste beschikbare autoriteiten, wat de aanvraag als kennelijk ongegrond rechtvaardigt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en kennelijke ongegrondheid.