Eiseres, een minderjarige van Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar gestelde vader. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de identiteit van eiseres en haar biologische moeder, alsmede de familierechtelijke relatie tussen eiseres, haar biologische moeder en de referent niet voldoende aannemelijk waren gemaakt. Tevens ontbrak een toestemmingsverklaring van de biologische moeder.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de minister inmiddels op het bezwaar heeft beslist en het belang van eiseres in dit onderdeel is komen te vervallen. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten wegens te late beslissing op het bezwaar.
De rechtbank oordeelt verder dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom de identiteit en familierechtelijke relaties niet aannemelijk zijn gemaakt en dat nader onderzoek met betrokkenheid van de biologische moeder noodzakelijk is. Eiseres heeft dit niet bestreden, maar slechts alternatieve onderzoeksmethoden voorgesteld die de rechtbank niet volgt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag ongegrond. De proceskosten worden vastgesteld op €453,50 en de zaak wordt samen met een gerelateerde zaak behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers en griffier Van Luijk-Salomons op 6 oktober 2025.